ECLI:NL:CBB:2007:BB4162
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging besluit vergunning dierentuin na bezwaar
Appellant, exploitant van een inrichting waar meer dan tien wilde diersoorten gedurende ten minste zeven dagen per jaar aan het publiek worden getoond, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat zijn bezwaar tegen een verleende dierentuinvergunning ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inrichting van appellant onder het Dierentuinenbesluit valt en of de vergunning terecht onder voorwaarden is verleend op basis van een rapport van een visitatiecommissie. Appellant voerde aan dat zijn inrichting niet als dierentuin kwalificeert en dat de richtlijn niet op zijn kleinschalige recreatiepark van toepassing is.
Het College oordeelde dat de inrichting van appellant wel degelijk onder de definitie van een dierentuin valt en dat de Minister terecht de vergunning heeft verleend met voorwaarden gebaseerd op de inspectie van de visitatiecommissie. Wel stelde het College vast dat de Minister in strijd met de Awb heeft gehandeld door ondanks gegrond verklaarde bezwaren bepaalde vergunningvoorwaarden te handhaven zonder het primaire besluit te herroepen.
Daarom verklaarde het College het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de Minister op opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen met vergoeding van proceskosten.