ECLI:NL:CBB:2007:BA8570
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid producent bij premie Regeling dierlijke EG-premies
Appellant diende premieaanvragen in voor het aanhouden en slachten van mannelijke runderen in 2004. Verweerder wees deze aanvragen af op grond van het vermoeden dat appellant geen zelfstandig producent was, maar onderdeel van een maatschap. Een controle ter plaatse en een AID-onderzoek bevestigden dat appellant, zijn vader en broer gezamenlijk de maatschap vormden, waarbij dieren en bedrijfsactiviteiten verweven waren en winst en verlies gedeeld werden.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk een zelfstandig bedrijf had, met eigen beslissingsbevoegdheid en financiële risico's, en dat de registratie met meerdere UBN- en relatienummers administratief was. Het College stelde vast dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk één geheel vormden, met gezamenlijke administratie en bankrekening, en dat appellant niet zelfstandig alle economische beslissingen nam of risico's droeg.
Het College concludeerde dat appellant niet als zelfstandig producent kan worden aangemerkt volgens artikel 3, onder a, van Verordening (EG) nr. 1254/1999. Ook het bezwaar dat het bestreden besluit onterecht over meerdere premieaanvragen ging, werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat hij geen zelfstandig producent is volgens Verordening (EG) nr. 1254/1999.