ECLI:NL:CBB:2007:BA8568
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen zelfstandige producent voor dierlijke EG-premies door verwevenheid met maatschap
Appellante diende premieaanvragen in voor het aanhouden van mannelijke runderen en slachtpremies in 2004. Verweerder wees deze aanvragen af op grond van een vermoeden dat appellante niet als zelfstandig producent kon worden aangemerkt vanwege een nauwe verwevenheid met een maatschap waarvan haar echtgenoot deel uitmaakt.
Na een controle en een onderzoek door de AID werd geconcludeerd dat appellante geen zelfstandig bedrijf beheert, mede omdat zij een gezamenlijke administratie voert met de maatschap, gebruikmaakt van één bankrekeningnummer en haar echtgenoot de dieren koopt en verzorgt. Appellante voerde aan dat zij zelfstandig financieel risico loopt en niet betrokken is bij de maatschap, maar kon dit niet aannemelijk maken met bewijs zoals bankafschriften.
Het College concludeerde dat de verwevenheid tussen appellante en de maatschap zodanig is dat appellante niet als zelfstandig producent kan worden beschouwd in de zin van de relevante EG-verordening. Tevens werd geoordeeld dat het bestreden besluit terecht alle premieaanvragen betrof en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij geen zelfstandig producent is voor de dierlijke EG-premies.