ECLI:NL:CBB:2007:BA8565
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over niet-benutting zoogkoeienpremierechten wegens onvoldoende voederareaal
Appellante, Beheer- en beleggingsmaatschappij De Molensteen B.V., heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar tegen een eerdere beslissing op grond van de Regeling dierlijke EG-premies werd afgewezen.
De kern van het geschil betreft de toekenning van zoogkoeienpremie over het jaar 2001. Appellante had twintig zoogkoeienpremie aangevraagd, maar slechts 9,43 hectare voederareaal opgegeven, wat resulteerde in een benutting van 18,86 grootvee-eenheden (GVE). Hierdoor kon slechts premie voor 18,86 zoogkoeien worden toegekend, terwijl appellante beschikte over 146,20 premierechten. Het niet-benutte deel werd overgedragen aan de nationale reserve.
Appellante voerde aan dat haar voormalige accountant onrechtmatig een deel van haar grond had verpacht, waardoor zij niet meer voederareaal kon opgeven en dat de juridische situatie pas met een arrest van het Gerechtshof Arnhem in 2004 duidelijk werd. Zij stelde dat de overmacht niet tijdig kon worden gemeld en dat de minister de overdracht van premierechten had moeten achterwege laten.
Het College oordeelde dat appellante bewust slechts 9,64 hectare voederareaal en twintig zoogkoeien had opgegeven en dat de minister terecht op basis van deze gegevens had beslist. Het beroep op overmacht faalde omdat de melding niet binnen de gestelde termijn was gedaan en er geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot overdracht van niet-benutte zoogkoeienpremierechten aan de nationale reserve wordt ongegrond verklaard.