ECLI:NL:CBB:2007:BA7359
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over benutting specifieke premierechten zoogkoeien 2004 afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar tegen een eerdere beslissing over de Regeling dierlijke EG-premies werd afgewezen. De kern van het geschil betrof de toekenning en benutting van specifieke premierechten voor zoogkoeien over het jaar 2004.
Appellant had in mei 2004 specifieke premierechten aangevraagd en in juli 2004 een premieaanvraag voor het aanhouden van zoogkoeien ingediend. De Minister kende uiteindelijk in mei 2005 15,16 specifieke premierechten toe, maar stelde vast dat appellant in 2004 minder dan 90% van deze premierechten had benut, waardoor het niet-benutte deel aan de nationale reserve werd toegevoegd. Appellant voerde aan dat hij ten onrechte werd beoordeeld op de benutting in 2004, omdat de toekenning pas in 2005 definitief was en hij vanwege bouwproblemen de stal niet tijdig kon voltooien.
Het College oordeelde dat appellant op de hoogte had moeten zijn dat de premierechten betrekking hadden op 2004 en dat het risico van onvoldoende benutting voor zijn rekening kwam. Ook werd geoordeeld dat de bouwproblemen geen uitzonderlijke omstandigheden vormden die vrijstelling konden rechtvaardigen. Daarnaast was er geen sprake van onrechtmatigheid in de hoorzitting.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit over de benutting van specifieke premierechten zoogkoeien 2004 wordt ongegrond verklaard.