ECLI:NL:CBB:2006:AZ5865
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit weigering zoogkoeienpremie en extensiveringsbedrag op grond van Regeling dierlijke EG-premies
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar aanvraag voor zoogkoeienpremie en het extensiveringsbedrag over het jaar 2002 deels werd afgewezen. De kern van het geschil betreft de naleving van de voorwaarden voor het aanhouden van zoogkoeien en vaarzen gedurende een aanhoudperiode van zes maanden, de melding van vervangingen van dieren binnen gestelde termijnen, en de berekening van het extensiveringsareaal.
De Minister wees de premie af voor dieren die niet tijdig vervangend waren gemeld en voor vaarzen die binnen de aanhoudperiode waren gekalfd zonder vervanging. Tevens werd een deel van de premierechten overgedragen aan de nationale reserve wegens onderbenutting. Appellante betoogde dat zij mocht vertrouwen op een brochure die meldplicht voor vervangingen beperkte en dat er voldoende vervangende dieren aanwezig waren. Ook stelde zij dat het extensiveringsareaal onjuist was vastgesteld omdat niet alle graslandpercelen waren meegeteld.
Het College oordeelde dat de regelgeving vereist dat vervangingen binnen tien werkdagen worden gemeld en dat het 15%-vereiste voor vaarzen geldt voor de in de aanvraag opgegeven en geïdentificeerde dieren. Onvoldoende melding leidt tot verlies van premie voor die dieren. De overdracht van dertig premierechten aan de nationale reserve was deels onterecht, omdat slechts zeven dieren niet aan de voorwaarden voldeden. Het besluit was onvoldoende gemotiveerd wat betreft de berekening van het extensiveringsareaal, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de premierechten en het extensiveringsbedrag betreft.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de premierechten en het extensiveringsbedrag betreft.