ECLI:NL:CBB:2006:AZ4328
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over zoogkoeienpremie en overdracht premierechten aan nationale reserve
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw over de toekenning van zoogkoeienpremie en de overdracht van niet-gebruikte premierechten aan de nationale reserve. De kern van het geschil betreft de interpretatie van de eis dat gedurende de aanhoudperiode ten minste 15% van de aangevraagde dieren vaarzen moet zijn. Verweerder had acht zoogkoeien uit de premieaanvraag verwijderd omdat twee vaarzen binnen de aanhoudperiode waren gekalfd, waardoor de verhouding niet werd gehaald.
Appellant stelde dat de 15%-eis slechts op het moment van aanvraag geldt en dat hij recht heeft op premie voor alle aangevraagde dieren, mede omdat hij voldoende vervangende vaarzen had. Het College oordeelt dat de eis geldt gedurende de gehele aanhoudperiode en dat appellant niet aan deze voorwaarde voldeed, waardoor de verwijdering van acht dieren terecht was.
Daarnaast oordeelt het College dat de overdracht van 7,5 premierechten aan de nationale reserve onterecht was, omdat slechts twee premierechten vanwege de niet-naleving van de vaarzen-eis konden worden overgedragen. Voor de overige 5,5 premierechten had verweerder moeten erkennen dat sprake was van een uitzonderlijk, naar behoren gemotiveerd geval. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de overdracht betreft, en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht van 7,5 premierechten aan de nationale reserve wordt vernietigd.