ECLI:NL:CBB:2006:AZ4258
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen weigering toekenning extra varkensrechten op grond van artikel 9 Bhv
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om geen extra varkensrechten toe te kennen op grond van artikel 9 van Pro het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv).
De kern van het geschil betreft de vraag of het bedrijf van appellante kan worden aangemerkt als het desbetreffende bedrijf waarvoor een milieuvergunning is verleend tussen 1992 en 10 juli 1997. Uit het onderzoek van de Algemene Inspectiedienst (AID) blijkt dat feitelijk niet appellante, maar een derde, E, de feitelijke houder van de varkens was en dat het personeel in het gepachte deel van de stal door E werd betaald.
Appellante stelde dat zij wel degelijk een duidelijke relatie had met het bedrijf en dat de nadere overeenkomst met E geen afwijking vormde van de verzorgingsovereenkomst. Het College oordeelde echter dat deze nadere overeenkomst een afwijking inhield en dat het bedrijf van appellante niet als het desbetreffende bedrijf kan worden aangemerkt.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van extra varkensrechten wordt ongegrond verklaard.