ECLI:NL:CBB:2006:AZ2695
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering zoogkoeienpremie wegens niet-gemelde vervanging runderen
Appellante diende een premieaanvraag in voor zoogkoeien en zoogvaarzen voor het premiejaar 2002. Na diverse besluiten werd een deel van de toegekende premie teruggevorderd omdat vervanging van drie runderen niet conform de Regeling dierlijke EG-premies was gemeld. Verweerder stelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 6.2a van de Regeling en dat het rund met ID-code NL xx niet als zoogkoe kon worden beschouwd.
Appellante voerde aan dat zij de vervangingen wel op een mutatielijst had vastgelegd en dat de sanctie disproportioneel was, mede vanwege een vergelijkbare situatie bij een rundveemanifestatie waar geen korting werd opgelegd. Het College oordeelde dat appellante de vervangingen niet conform de regels had gemeld en dat de sanctie op grond van de verordening proportioneel en verplicht was.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren. Het College verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van zoogkoeienpremie wordt ongegrond verklaard.