ECLI:NL:CBB:2006:AZ1510
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.J.M. Heijs
- M.A. van der Ham
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Verbeurdverklaring van zekerheden wegens niet-tijdige benutting uitvoercertificaten melkpoeder
Appellanten, tien B.V.'s uit Bladel, hadden uitvoercertificaten aangevraagd voor de uitvoer van melkpoeder naar de Dominicaanse Republiek met een geldigheidsduur tot 30 juni 2004. Omdat de certificaten niet tijdig werden benut, heeft het Productschap Zuivel zekerheden ingevorderd en verbeurd verklaard. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat vertragingen bij inklaring door plaatselijke autoriteiten en bilaterale afspraken niet werden nageleefd, waardoor overmacht zou gelden.
Het College stelde vast dat het niet benutten van de certificaten niet het gevolg was van overmacht, maar van een ondernemingsbeslissing van appellanten zelf. De vertragingen waren het gevolg van het handelsrisico dat de afnemer Ladom geen krediet meer kreeg van haar bank, waardoor appellanten besloten de zendingen niet te verschepen. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie vereist overmacht een abnormale en onvoorzienbare omstandigheid buiten de schuld van de ondernemer, wat hier niet is aangetoond.
Het College concludeerde dat de verbeurdverklaring van de zekerheden terecht was en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de invordering van de zekerheden in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellanten is ongegrond verklaard en de verbeurdverklaring van de zekerheden gehandhaafd.