ECLI:NL:CBB:2006:AY6725
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Borman
- H.O. Kerkmeester
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over ambtshalve vaststelling superheffing melk en zuivel
Appellanten, de erven van A, hebben beroep ingesteld tegen drie besluiten van het Productschap Zuivel waarin ambtshalve superheffingen zijn vastgesteld voor de heffingsperiodes 2001/2002, 2002/2003 en 2003/2004. Deze besluiten volgden op een controle door de Algemene Inspectiedienst (AID) die concludeerde dat A onvoldoende administratie had bijgehouden over de productie en verkoop van boerenkaas, wat leidde tot een ambtshalve schatting van de geleverde hoeveelheden melk en kaas.
Verweerder heeft de superheffing berekend op basis van twee methoden: een theoretische berekening van melkproductie op basis van leveringen en een schatting van verkochte kaashoeveelheden, waarbij het voor appellanten gunstigste resultaat werd genomen. Appellanten voerden aan dat de berekeningen onjuist waren vanwege lagere gemiddelde melkproductie per koe, het verbod op kalververkoop in 2001 en het feit dat een deel van de kaas was ingekocht bij derden.
Het College oordeelt dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat de ambtshalve vastgestelde hoeveelheden melk en kaas onjuist zijn. De berekeningsmethoden van verweerder zijn zorgvuldig en redelijk, waarbij de schattingen zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid liggen. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de superheffingen blijven in stand.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de ambtshalve vastgestelde superheffingen.