ECLI:NL:CBB:2006:AX9693
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over zoogkoeienpremie en vervangingsplicht onder Regeling dierlijke EG-premies
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake de zoogkoeienpremie op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. De kern van het geschil betreft de vraag of appellante recht heeft op premie voor het aantal zoogkoeien waarvoor zij heeft aangevraagd, mede gezien de verhouding tussen zoogkoeien en vaarzen en de vervangingsplicht bij afvoer van dieren.
De feiten tonen aan dat vijf van de acht aangevraagde vaarzen binnen de aanhoudperiode hebben gekalfd en daardoor als zoogkoeien worden aangemerkt. Appellante heeft deze niet op de voorgeschreven wijze vervangen, omdat geen vervangingskaartjes zijn ingediend. Hierdoor is het aantal premiewaardige vaarzen onvoldoende om aan de minimale 15% eis te voldoen, wat leidt tot het verwijderen van 26 zoogkoeien uit de premieaanvraag.
Het College oordeelt dat verweerder terecht het beroep ongegrond heeft verklaard omdat de vervangingsplicht niet is nageleefd en de brochure waarop appellante zich beroept geen rechtskracht heeft. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit over de zoogkoeienpremie wordt ongegrond verklaard.