ECLI:NL:CBB:2006:AX8382
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verdachtverklaring en ruiming pluimvee bij uitbraak Aviaire Influenza
Appellant, eigenaar van een kalkoenbedrijf, maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Landbouw om zijn dieren als verdacht aan te merken en te ruimen vanwege een uitbraak van Aviaire Influenza (AI) in de omgeving. Het besluit was gebaseerd op de ligging van het bedrijf binnen een beschermingsgebied en de windrichting vanuit een nabijgelegen besmet bedrijf.
Verweerder stelde dat ondanks de getroffen hygiënemaatregelen en het FAPP-ventilatiesysteem, het risico op besmetting via de wind niet kon worden uitgesloten. Het virus is kleiner dan stofdeeltjes die het systeem tegenhoudt, en er was onvoldoende onderzoek naar de effectiviteit van het systeem tijdens een AI-uitbraak.
Het College oordeelde dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit kon komen, mede gelet op de hoge besmettelijkheid van AI, de veterinaire gronden en de Europese richtlijnen die het ruimen van verdachte dieren voorschrijven. Het beroep werd ongegrond verklaard, en het College wees erop dat schadevergoeding apart wordt geregeld en niet in deze procedure aan de orde is.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de verdachtverklaring en ruiming van zijn pluimvee wegens Aviaire Influenza wordt ongegrond verklaard.