ECLI:NL:CBB:2006:AX8379
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verdachtverklaring en ruiming pluimvee bij uitbraak Aviaire Influenza
Appellant voerde beroep aan tegen het besluit van de Minister van Landbouw om alle voor Aviaire Influenza (AI) gevoelige dieren op zijn pluimveebedrijf als verdacht aan te merken en te ruimen. Dit besluit was genomen in het kader van een beschermingsgebied ingesteld vanwege een ernstige verdenking van AI-besmetting in de regio.
Het geschil betrof de rechtmatigheid van de verdachtverklaring en de ruimingsmaatregel, waarbij appellant stelde dat zijn dieren ten onrechte als verdacht waren aangemerkt, mede omdat er geen directe contacten waren met besmette bedrijven en de ruiming plaatsvond zonder bevestigde besmetting. Tevens werd aangevoerd dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en in strijd met Europese regelgeving.
Het College oordeelde dat de Minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de dieren van appellant in de gelegenheid waren geweest om besmet te raken, gelet op de besmettelijkheid van het virus, de pluimveedichtheid en de ligging binnen het beschermingsgebied. De bezwaren van appellant werden verworpen, evenals zijn betoog over de toepasselijkheid van latere Europese beschikkingen.
Verder werd geoordeeld dat de Minister bevoegd was tot het nemen van de ruimingsmaatregel en dat het beroep op onrechtmatigheid en volledige schadevergoeding niet aan de orde was binnen deze procedure, aangezien daarvoor een aparte regeling en procedure bestaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot verdachtverklaring en ruiming van zijn AI-gevoelige dieren wordt ongegrond verklaard.