ECLI:NL:CBB:2006:AX2054
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kostenonderzoek ondertoezichtplaatsing dieren wegens onvoldoende grondslag
Appellant, een veehouder, werd op grond van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten onder toezicht geplaatst nadat bij monsters stanozolol werd aangetroffen. Verweerder bracht de kosten van het onderzoek en de ondertoezichtplaatsing bij appellant in rekening. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte en specificatie van deze kosten en stelde dat niet alle kosten volgens de richtlijn 96/23/EG verhaald mochten worden, onder meer omdat geen analyse op tegenspraak was toegestaan.
Het College oordeelde dat de artikelen 16 tot en met 19 van richtlijn 96/23/EG van toepassing zijn bij illegale behandeling en dat appellant formele rechtskracht erkende van het besluit tot ondertoezichtplaatsing. Het standpunt van appellant dat de kosten alleen bij een bevestigde positieve analyse verhaald mogen worden, faalde omdat hij geen analyse op tegenspraak had aangevraagd.
Het College stelde echter vast dat de Regeling alleen kosten van onderzoeken als bedoeld in artikel 16 van Pro de richtlijn dekt en dat niet alle in rekening gebrachte kosten, zoals monsterneming, onder deze regeling vallen. Omdat de specificatie van de kosten onvoldoende duidelijk maakte welke kosten onder artikel 16 vielen Pro, ontbrak een deugdelijke grondslag voor het besluit. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot kostenverhaal wordt vernietigd wegens onvoldoende grondslag en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.