ECLI:NL:CBB:2006:AX0101
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verstek tuchtuitspraak en doorzending beroepschrift als verzet
Appellant stelde hoger beroep in tegen een tuchtuitspraak waarbij hem twee geldboetes waren opgelegd en waarin verstek tegen hem was verleend wegens niet verschijnen op de terechtzitting. Volgens de toepasselijke regelgeving kan tegen een verstekuitspraak geen hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, maar uitsluitend verzet bij het tuchtgerecht zelf.
De secretaris van het tuchtgerecht had appellant abusievelijk geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep, verwijzend naar een ingetrokken wet. Gezien het belang van goede rechtsbedeling besloot het College het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en het beroepschrift door te sturen naar het tuchtgerecht voor behandeling als tijdig gedaan verzet.
De uitspraak is gebaseerd op artikel 13 van Pro de Landbouwkwaliteitswet en de artikelen 29 en 31 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004. Het College benadrukt hiermee de juiste rechtsgang bij verstek en de mogelijkheid van verzet, waarbij het hoger beroep pas openstaat tegen een uitspraak na behandeling van dat verzet.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift is doorgezonden als verzet aan het tuchtgerecht.