ECLI:NL:CBB:2006:AW5787
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over schadevergoeding pluimveehouderij op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante, een pluimveehouder, stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de vaststelling van een tegemoetkoming in schade op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd). De schade betrof het doden van pluimvee en het onschadelijk maken van producten en voorwerpen.
De kern van het geschil betrof de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen vergoeding van schade door voer in silo’s en leegstand, het gebruik van een waardetabel met weekindeling voor de waardebepaling van de dieren, en de proceskostenvergoeding. Het College bevestigde dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde voor schadeposten die niet in het primaire besluit waren betrokken. Ook werd het beleid van waardebepaling op basis van weekleeftijd als redelijk en uitvoerbaar beoordeeld.
Het College oordeelde echter dat de minister had moeten beslissen op het verzoek om vergoeding van proceskosten in de bezwaarprocedure. Daarom werd het bestreden besluit op dat punt vernietigd en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en beroep. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor het niet-beslissen op proceskostenvergoeding, en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.