ECLI:NL:CBB:2006:AW5769
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit schadevergoeding op grond van Gezondheids- en welzijnswet voor dieren afgewezen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een tegemoetkoming in schade aan pluimvee en eieren werd vastgesteld op basis van waardebepaling op taxatiedatum. Het geschil betreft de vraag of de vergoeding moet worden gebaseerd op de waarde op het moment van daadwerkelijke ruiming en of aanvullende schadeposten zoals dierenartskosten en ontsmettingskosten vergoed dienen te worden.
Het College stelt vast dat de wet voorschrijft dat de vergoeding wordt vastgesteld op basis van de waarde in gezonde toestand op het moment van taxatie, niet op het moment van ruiming. De vertraging tussen taxatie en ruiming wordt gecompenseerd door een dagvergoeding voor verzorgingskosten. Daarnaast worden eieren die tussen taxatie en ruiming zijn gelegd niet vergoed. Andere schadeposten vallen onder het normale bedrijfsrisico en komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de Minister zich op goede gronden baseert op de taxatiedatum voor waardebepaling en het beleid omtrent vergoeding in crisissituaties niet onredelijk is. Er is geen aanleiding voor aanvullende vergoeding van overige kosten. Het beroep voldoet niet aan de voorwaarden voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit over de schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.