ECLI:NL:CBB:2006:AW3063
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over terugvordering en korting zoogkoeienpremie wegens niet-gemelde vervangingen
Appellanten hadden voor het premiejaar 2002 een zoogkoeienpremie aangevraagd voor 23 runderen. Tijdens controle bleek dat vier runderen binnen de aanhoudperiode waren afgevoerd en niet op de voorgeschreven wijze waren vervangen en gemeld aan de bevoegde instantie. Verweerder besloot daarom een korting toe te passen en een bedrag terug te vorderen.
Appellanten voerden aan dat zij de runderen feitelijk hadden vervangen en dat zij niet gehouden waren de vervangingen te melden met vervangingskaartjes, en dat zij niet konden worden aangesproken op formele fouten. Zij stelden dat verweerder door eerdere premietoekenningen gebonden was aan formele rechtskracht en dat terugvordering niet gerechtvaardigd was.
Het College oordeelde dat de vervangingen wel gemeld hadden moeten worden conform dwingendrechtelijke communautaire regelgeving. Het niet melden leidde tot het verval van het recht op premie voor die runderen. De terugvordering was terecht en het beroep werd ongegrond verklaard. Ook de overdracht van niet-benutte premierechten aan de nationale reserve was correct.
Het College stelde vast dat de communautaire verordeningen een sanctiestelsel voorschrijven dat niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De nationale beginselen van formele rechtskracht en behoorlijk bestuur kunnen niet afdoen aan deze communautaire verplichtingen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en korting op de zoogkoeienpremie worden bevestigd.