ECLI:NL:CBB:2006:AV3670
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.C. Cusell
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving vergunning speelautomatenhal na overdracht aandelen
Las Vegas Automaten B.V. (appellante) voerde beroep aan tegen een last onder dwangsom opgelegd door de burgemeester van gemeente B wegens het exploiteren van een speelautomatenhal zonder vergunning. De vergunning was oorspronkelijk verleend aan Exploitatiemaatschappij Las Vegas B.V. (ELV), later voortgezet als Las Vegas Beheer B.V. (LVB). Appellante had de aandelen van LVA verkocht aan Merkur Games Holding B.V., waarna de burgemeester stelde dat de vergunning niet overdraagbaar was en dat LVA zonder vergunning exploiteerde.
Het College oordeelde dat de vergunning persoonsgebonden was en dat de overdracht van aandelen niet leidde tot overdracht van de vergunning. Het uitsterfregime in de APV bepaalde dat een vergunning vervalt zodra de vergunninghouder niet meer zelf exploiteert. Appellante kon de exploitatie niet legaliseren door overschrijving van de vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de burgemeester bevoegd was op te treden tegen de overtreding.
Verder werd geoordeeld dat het belang van handhaving van de APV, gericht op beperking van gokverslaving, zwaarder woog dan het belang van appellante bij voortzetting van de exploitatie. Er was geen sprake van schending van eigendomsrechten of onredelijke beperking. Het beroep werd afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van Las Vegas Automaten B.V. tegen de last onder dwangsom wegens het zonder vergunning exploiteren van een speelautomatenhal is ongegrond verklaard.