ECLI:NL:CBB:2006:AV2585
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtbeslissing raad van tucht accountants-administratieconsulenten over directiebeloning en vermeende fraude
Appellanten, twee betrokkenen bij een accountantspraktijk, stelden beroep in tegen een beslissing van de raad van tucht die een klacht deels gegrond verklaarde en een schriftelijke waarschuwing oplegde aan betrokkene, een accountant-administratieconsulent. De klacht betrof onder meer onjuiste verwerking van directiebeloningen en passief handelen bij vermoedens van fraude.
Het College oordeelde dat de raad van tucht het tweede klachtonderdeel onvolledig had beoordeeld, omdat niet alle relevante aanpassingen in de directiebeloning waren meegenomen. Dit deel van de beslissing werd vernietigd en het College verklaarde het klachtonderdeel voor het overige ongegrond, omdat betrokkene zich mocht baseren op door de vennootschap verstrekte gegevens en geen bewijs was geleverd van onrechtmatigheden.
De klacht over het passief blijven bij vermoedens van fraude werd door het College afgewezen, omdat geen bewijs van fraude was geleverd en betrokkene adequaat had geadviseerd en gehandeld binnen zijn rol als accountant. Ook het verwijt van partijdigheid werd ongegrond verklaard, aangezien slechts twee omissies waren vastgesteld en geen sprake was van verlies van onpartijdigheid.
De maatregel van schriftelijke waarschuwing bleef in stand. Het beroep werd deels gegrond verklaard wegens onvolledige beslissing op het tweede klachtonderdeel, deels verworpen voor de overige klachten.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard wegens onvolledige beoordeling van het tweede klachtonderdeel en voor het overige verworpen; de schriftelijke waarschuwing blijft gehandhaafd.