ECLI:NL:CBB:2006:AV2081
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen heffing Saneringsfonds verzamelcentra varkens
Appellante, exploitant van een varkensverzamelcentrum, maakte bezwaar tegen een heffing opgelegd door het Productschap Vee en Vlees op grond van de Heffingsverordening saneringsfonds verzamelcentra varkens 2004. Zij stelde dat de verordening onverbindend was wegens strijd met de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) en dat zij als nieuwkomer geen profijt had van de sanering, waardoor de heffing onrechtvaardig was.
Het College oordeelde dat de Heffingsverordening het algemeen belang dient zoals bedoeld in artikel 71 Wbo Pro, en dat zowel bestaande als nieuwe ondernemingen in zekere mate profiteren van de sanering. De stelling dat verweerder onvoldoende controle zou hebben uitgeoefend op naleving van de Verordening slachting en weging slachtvarkens werd verworpen, evenals het argument dat de heffing in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel.
Het College concludeerde dat de heffing terecht is opgelegd en dat appellante onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zouden zijn geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffing Saneringsfonds verzamelcentra varkens wordt ongegrond verklaard.