ECLI:NL:CBB:2006:AV2079
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing Saneringsfonds verzamelcentra varkens en toepasselijkheid Heffingsverordeningen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het Productschap Vee en Vlees waarin heffingen zijn opgelegd op grond van de Heffingsverordeningen saneringsfonds verzamelcentra varkens over de periode juni 2002 tot en met februari 2004. Zij betoogde onder meer dat de verordeningen onverbindend zijn wegens strijd met artikel 71 in Pro samenhang met artikelen 93 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo), en dat zij als nieuwkomer niet onder de werking van deze verordeningen valt.
Het College oordeelt dat de Heffingsverordeningen wel degelijk het algemeen belang dienen zoals bedoeld in artikel 71 Wbo Pro, en dat het niet maken van onderscheid tussen bestaande en nieuwe ondernemers redelijk is. De stelling dat de verordeningen niet het beoogde effect hebben vanwege illegale weegplaatsen en afgenomen handel, leidt niet tot onverbindendheid. Ook de bewering dat verweerder niet heeft gehandhaafd op de Verordening slachting en weging slachtvarkens 1987 en dat daardoor de heffingen niet verschuldigd zouden zijn, wordt verworpen.
Verder is het beroep op strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. Het College concludeert dat de heffingen terecht zijn opgelegd en dat de beroepen ongegrond zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de heffingen en de toepassing van de Heffingsverordeningen op alle ondernemers die een verzamelcentrum exploiteren, ongeacht het moment van toetreding tot de markt.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de opgelegde heffingen.