ECLI:NL:CBB:2006:AV0362
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke verschuldigdheid antidumpingheffing volgens artikel 236 CDW
In deze zaak heeft Transport Maatschappij Traffic B.V. beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken waarin haar verzoek tot terugbetaling van een antidumpingheffing werd afgewezen. De heffing was opgelegd bij een uitnodiging tot betaling van december 1997. De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip "wettelijk verschuldigd" in artikel 236 van Pro het Communautair Douanewetboek (CDW).
Het College heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om een prejudiciële beslissing gevraagd over de uitleg van dit begrip. Het Hof heeft geoordeeld dat rechten bij invoer of uitvoer wettelijk verschuldigd zijn wanneer een douaneschuld conform de ontstaansvoorwaarden van hoofdstuk 2 van titel VII CDW is ontstaan, ongeacht of de mededeling aan de schuldenaar in overeenstemming is met artikel 221 van Pro het CDW.
Op basis van deze uitspraak concludeert het College dat de bevoegdheid van de inspecteur om een uitnodiging tot betaling te doen niet relevant is voor de vraag of teruggaaf van de antidumpingheffing kan plaatsvinden. Tevens bevestigt het College dat de Staatssecretaris in dit geval bevoegd was op te treden in plaats van de Minister van Economische Zaken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering tot teruggaaf van de antidumpingheffing wordt ongegrond verklaard.