ECLI:NL:CBB:2005:AU7880
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing aanvraag EG-akkerbouwsteun wegens te grote oppervlakteverschillen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar aanvraag voor EG-akkerbouwsteun over 2003 deels werd afgewezen vanwege een verschil van meer dan 30% tussen de opgegeven en geconstateerde oppervlakte van de percelen. De aanvraag betrof drie percelen waarop zij akkerbouwgewassen had geteeld. Verweerder baseerde zijn besluit op teledetectiecontrole door GeoRas, die een kleinere oppervlakte als steunwaardig aanmerkte dan appellante had opgegeven.
Appellante voerde aan dat de percelen wel aan de definitie van akkerland voldeden, onder meer omdat dezelfde percelen in 2001 waren goedgekeurd en zij bewijs had overgelegd van teelt in de referentieperiode. Zij stelde dat zij mocht vertrouwen op eerdere goedkeuring en dat verweerder een te zware bewijslast bij haar legde. Verweerder handhaafde het besluit en trok de uitsluiting van subsidie in.
Het College oordeelde dat GeoRas als gecertificeerd bedrijf deskundig te werk ging en dat het aan appellante was om aannemelijk te maken dat de percelen premiewaardig waren. Het overgelegde bewijs was onvoldoende concreet en overtuigend om de afwijzing te weerleggen. Ook het beroep op vertrouwen en overmacht faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar aanvraag EG-akkerbouwsteun wordt ongegrond verklaard en de afwijzing gehandhaafd.