ECLI:NL:CBB:2005:AU6925
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing restitutie heffingen vennootschap onder firma en anderen
Appellanten, een vennootschap onder firma en vijftien anderen, verzochten om restitutie van heffingen die zij voor de jaren 2000 tot en met 2002 hadden betaald aan het bedrijfschap. Verweerder, het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud, wees dit verzoek op 15 juli 2004 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellanten stelden dat zij ten onrechte als heffingsplichtigen waren geregistreerd, verwijzend naar eerdere uitspraken van het College die een gebrek in de registratieverordening aan het licht brachten.
Het College oordeelde dat appellanten geen nieuwe feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die niet bekend waren ten tijde van de oorspronkelijke besluiten. Omdat zij geen rechtsmiddelen hadden aangewend tegen de heffingsbesluiten zelf, kon het beroep niet slagen. Het College benadrukte dat voor het opleggen van heffingen niet vereist is dat een onderneming geregistreerd is volgens de registratieverordening, maar dat het voldoende is dat de onderneming valt onder het werkterrein van het bedrijfschap.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Er werden geen proceskosten toegekend aan appellanten. Het beroep werd afgewezen omdat het niet voldeed aan de voorwaarden voor herziening van een in rechte onaantastbaar geworden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van restitutie van heffingen wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.