ECLI:NL:CBB:2005:AU2815
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over tegemoetkoming schade op grond van Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante, een maatschap, maakte bezwaar tegen de vastgestelde vergoeding voor de ruiming van kalkoenen op haar bedrijf in het kader van preventieve maatregelen tegen dierziekten. De discussie betrof vooral de waardering van de dieren op het moment van ruiming en de vergoeding van schade door niet vervoederd voer.
Het College overwoog dat de vergoeding voor de dieren op de screeningsdatum moet worden vastgesteld, omdat vanaf dat moment de handelswaarde vervalt. De dagvergoeding voor het tijdsverloop tussen screening en ruiming compenseert het verschil in waardering. De schade door niet vervoederd voer kwam niet voor vergoeding in aanmerking omdat dit niet onder de wettelijke tegemoetkoming valt en als normaal bedrijfsrisico wordt beschouwd.
Hoewel de motivering voor het afwijzen van de voer-schade ondeugdelijk was, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het beroep is daarom deels gegrond maar leidt niet tot extra vergoeding. Het betaalde griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand en het griffierecht wordt aan appellante vergoed.