ECLI:NL:CBB:2005:AU1982
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanzegging maatregelen tegen wratziekte op aardappelperceel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister waarin het bezwaar tegen maatregelen wegens de aanwezigheid van wratziekte op zijn aardappelperceel werd afgewezen. De wratziekte werd vastgesteld na inspectie en laboratoriumonderzoek van monsters die wratten bevatten. Appellant voerde aan dat de Fytorichtlijn niet van toepassing was, dat de aanzegging onrechtmatig was vanwege procedurele fouten en onduidelijkheden over de vondst en monstername, en dat de wratten mogelijk niet van zijn perceel afkomstig waren.
Het College overwoog dat de Fytorichtlijn wel toepasselijk is op beschermende maatregelen binnen lidstaten en dat het Besluit bestrijding schadelijke organismen (Bbso) een juiste grondslag vormde. De bezwaren van appellant over procedurele tekortkomingen, onduidelijkheden rondom de vondst en monstername en de rastypering van de partij werden onvoldoende aannemelijk geacht om het besluit aan te tasten. Het College concludeerde dat de minister terecht het besluit tot aanzegging van maatregelen handhaafde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de genomen maatregelen ter bestrijding van wratziekte op het perceel van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot aanzegging van maatregelen wegens wratziekte is ongegrond verklaard en het besluit is gehandhaafd.