ECLI:NL:CBB:2005:AT8950
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing benoeming tot praktijkscriptiebegeleider wegens gebrek aan recente praktijkervaring
Appellant was sinds 1999 benoemd tot praktijkscriptiebegeleider, maar verweerder stelde in 2002 een benoemingstermijn van vier jaar in. Na afloop van deze termijn verzocht appellant om herbenoeming, welke werd afgewezen op advies van het Stagebestuur vanwege onvoldoende recente praktijkervaring. Appellant voerde aan dat hij wel degelijk voldoende ervaring had en dat de termijnbeperking onterecht was.
Het College overwoog dat het criterium van recente praktijkervaring inhoudt dat de begeleider beroepshalve één à twee dagen per week financiële verantwoordingen moet controleren. Appellants werkzaamheden bij het vaktechnisch bureau werden als te ondersteunend en vrijblijvend beoordeeld, waardoor hij niet voldeed aan deze eis. De beleidswijziging van de benoemingstermijn werd als niet relevant voor de inhoudelijke praktijkervaring beschouwd.
Verder oordeelde het College dat het horen correct was verlopen en dat er geen sprake was van onjuiste of subjectieve beoordeling door verweerder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van appellants benoemingsverzoek gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn benoeming tot praktijkscriptiebegeleider wordt ongegrond verklaard.