ECLI:NL:CBB:2005:AT8909
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt weigering vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellant exploiteert een horecagelegenheid waar hij twee kansspelautomaten wil plaatsen. Verweerder heeft de vergunning geweigerd op grond van de Wet op de kansspelen, omdat de inrichting volgens het Speelautomatenbesluit 2000 als laagdrempelig wordt aangemerkt vanwege de aanwezigheid van meer dan drie biljarttafels en een geldige Drank- en Horecawetvergunning.
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering en voerde aan dat de inrichting volgens eerdere jurisprudentie als hoogdrempelig was aangemerkt, dat het besluit een motiveringsgebrek bevat en dat het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. Tevens wees hij op de financiële gevolgen van de weigering.
Het College oordeelt dat de inrichting onmiskenbaar onder de categorie laagdrempelige inrichtingen valt zoals omschreven in het Speelautomatenbesluit 2000. De eerdere beoordeling als hoogdrempelig is niet relevant vanwege de codificatie in de huidige wet. Het beroep op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt verworpen omdat de weigering wettelijk is gebaseerd en geen beleidsvrijheid voor verweerder bestaat.
Het College concludeert dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd en dat de weigering van de vergunning terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.