ECLI:NL:CBB:2005:AT8847
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding hygiënevoorschriften levensmiddelen
Appellant, een bakkerij, kreeg een boete opgelegd wegens meerdere overtredingen van de Warenwet en het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, waaronder onhygiënische bedrijfsruimten en ongeschikte eetwaren. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de boete van €2030 gehandhaafd.
In hoger beroep stelt appellant dat een second-opinion inspectie niet is meegewogen en dat de boete zijn bedrijf financieel bedreigt. Het College oordeelt dat de second-opinion inspectie geen toetsing van de eerste bevindingen was, maar een herinspectie om naleving te stimuleren. De overtredingen zijn onomstreden en de minister was bevoegd de boete op te leggen.
Wel wordt erkend dat door wetswijziging het boetebedrag voor een overtreding is verlaagd van €680 naar €450, waardoor de totale boete wordt verminderd naar €1800. Appellant heeft onvoldoende financiële onderbouwing gegeven om matiging te rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de boete vastgesteld op €1800. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het College vermindert de boete van €2030 naar €1800 en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.