ECLI:NL:CBB:2005:AT6470
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om zondagopenstelling bloemenkiosk op grond van Winkeltijdenwet
Appellant verzocht bij burgemeester en wethouders van Rijswijk om zijn bloemenkiosk op alle zondagen geopend te mogen hebben. Dit verzoek werd op 15 december 2003 afgewezen en het bezwaar daarop werd op 30 maart 2004 ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, waarna het College van Beroep voor het bedrijfsleven de zaak behandelde.
Verweerders stelden dat zij gehouden waren de Winkeltijdenwet strikt toe te passen, waarin duidelijk is omschreven onder welke voorwaarden ontheffing voor zondagopenstelling kan worden verleend. De kiosk lag niet binnen de voorgeschreven afstand van een begraafplaats en verzorgingstehuis, waardoor geen grondslag bestond voor ontheffing.
Appellant gaf aan de kiosk inmiddels te hebben verkocht en stelde dat zijn belang lag in vergoeding van schade door het onrechtmatige besluit. Hij voerde aan dat de regelgeving geen recht gaf op zondagopenstelling, maar dat verweerders toch een uitzondering hadden moeten maken vanwege de nabijheid van begraafplaats en verzorgingstehuis, de behoefte aan bloemen op zondag en financiële motieven. Ook stelde hij dat het onderscheid op grond van geloof discriminatoir was.
Het College oordeelde dat verweerders niet bevoegd waren om in strijd met de Winkeltijdenwet ontheffing te verlenen. De wettelijke regeling omtrent ontheffing voor andere geloofsovertuigingen liet appellant geen aanspraak toe. De discriminatieclaim werd niet gehonoreerd omdat deze niet tot het gewenste resultaat kon leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om zondagopenstelling van zijn bloemenkiosk wordt ongegrond verklaard.