ECLI:NL:CBB:2005:AT6093
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening in zaak superheffing melkquotum
Verzoeker heeft bij het Productschap Zuivel een verzoek ingediend tot registratie van de overdracht van een melkquotum, dat werd afgewezen omdat het vetgehalte niet representatief zou zijn. Na bezwaar en beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven werd het besluit van verweerder vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Verzoeker trok vervolgens het verzoek om voorlopige voorziening in, nadat verweerder het bezwaar alsnog gegrond verklaarde. Verzoeker verzocht daarop om proceskostenvergoeding. Het College oordeelde dat het besluit van 4 december 2003 niet rechtstreeks voortvloeit uit de eerdere uitspraak, maar dat verweerder wel aan het verzoek geheel tegemoet is gekomen.
Op grond van artikel 8:75a Awb werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €322 en werd het griffierecht van €116 aan verzoeker terugbetaald. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door mr. R.R. Winter op 3 mei 2005.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €322 en het griffierecht van €116 wordt aan verzoeker terugbetaald.