ECLI:NL:CBB:2003:AO1030
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing registratie overdracht referentiehoeveelheid melkquotum
Appellant had beroep ingesteld tegen het besluit van het Productschap Zuivel van 6 mei 2003, waarin het verzoek tot registratie van de overdracht van een referentiehoeveelheid melkquotum met een hoog vetgehalte werd afgewezen. Het geschil betrof de vraag of de overdracht een schijnconstructie vormde die het representatieve vetgehalte van het bedrijf op oneigenlijke wijze verving.
Het College van Beroep stelde vast dat appellant zijn gehele quotum in meerdere transacties had overgedragen en vervolgens een nieuwe overdracht met een hoger vetgehalte had aangevraagd. Verweerder had dit afgewezen op grond van artikel 30 van Pro de Regeling superheffing 1993 en de bedrijfsgebondenheid van het quotum volgens EG-verordeningen.
Het College oordeelde echter dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een schijnconstructie en dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. De term 'oorspronkelijke' vetgehalte in de Verordening moest worden uitgelegd als het vetgehalte voorafgaand aan het registratieverzoek, waardoor het besluit van verweerder niet stand kon houden.
Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Tevens werd verweerder opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding betrokken dient te worden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.