ECLI:NL:CBB:2004:AQ6182
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.M. Aaftink
- Tsj. Hotsma
- J. Gaasbeek
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart klacht tegen registeraccountant ongegrond wegens gebrek aan nieuwheid
Appellant diende een klacht in tegen registeraccountant B wegens het afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekeningen 1999 en 2000 van provincie Y. De klacht betrof het vermeende ontbreken van baten en lasten in de rekening van baten en lasten, wat volgens appellant in strijd zou zijn met de Comptabiliteitsvoorschriften 1995 en de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
De raad van tucht verklaarde de klacht ongegrond en het College van Beroep ontving het beroepschrift van appellant tegen deze beslissing. Tijdens de procedure stelde B dat de klacht geen wezenlijk andere aspecten bevatte dan een eerdere klacht van appellant tegen registeraccountant C over de jaarrekening 1996 van gemeente X, welke eerder door de raad van tucht en het College werd afgewezen.
Het College oordeelde dat de klacht van appellant tegen B inhoudelijk overeenkomt met de eerdere klacht tegen C en dat er geen nieuwe feiten, omstandigheden of argumenten waren aangevoerd die een nieuwe beoordeling rechtvaardigen. Het College benadrukte dat de tuchtrechtspraak gericht is op het weren van misslagen en dat het niet gerechtvaardigd is om een klacht te behandelen die feitelijk een herhaling is van een reeds onherroepelijk beoordeelde zaak.
Daarom bleef het College inhoudelijk oordeel achterwege en verwierp het beroep van appellant. Hiermee werd bevestigd dat het afgeven van de goedkeurende verklaring door B niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, en de eerdere beslissingen bindend blijven.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de klacht tegen registeraccountant B wordt ongegrond verklaard.