ECLI:NL:CBB:2004:AQ4792
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlenging toelating bestrijdingsmiddelen op basis van mancozeb
Verzoeksters, milieuorganisaties, maakten bezwaar tegen besluiten van 9 januari 2004 waarbij de toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van mancozeb en andere stoffen werd verlengd. Zij voerden aan dat gezondheidsrisico's onvoldoende waren onderzocht, de blootstelling aan residuen onaanvaardbaar hoog was en het milieu onaanvaardbaar werd belast.
Verweerder, het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, stelde dat de beoordeling was gebaseerd op de meest recente beschikbare wetenschappelijke gegevens en dat de gebruikte methoden en normen verdedigbaar waren. Ook werd betoogd dat een algemene literatuurstudie niet verplicht was en dat de risicobeoordeling voldoende was onderbouwd.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeksters voldoende spoedeisend belang hadden, maar dat het geschil feitelijk een wetenschappelijk debat betrof dat niet in een voorlopige voorziening kon worden beslecht. Er waren onvoldoende aanwijzingen dat de besluitvorming evident onjuist was of in strijd met dwingende voorschriften. Ook de door verweerder opgenomen waarschuwingszin voor niet-doelwitorganismen werd als toereikend beschouwd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarbij de discussie over de wetenschappelijke onderbouwing primair geschikt is voor de bezwaar- en beroepsprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van mancozeb wordt afgewezen.