ECLI:NL:CBB:2004:AP1007
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering toekenning varkensrecht op grond van Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van 6 augustus 2003 waarin het bezwaar tegen eerdere besluiten van 24 september 1999 en 30 mei 2000 werd ongegrond verklaard. Deze besluiten betroffen de weigering om appellant een varkensrecht toe te kennen op grond van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv).
Het College overwoog dat het Bhv regels bevat voor het toekennen van varkensrechten indien er sprake is van onbillijkheden van overwegende aard. Voor toekenning is vereist dat vóór 10 juli 1997 een duidelijke relatie bestond tussen niet-benutte mestproductierechten en een milieuvergunning voor het houden van varkens.
Verweerder stelde dat deze relatie bij appellant ontbrak omdat de verpachter van de stal niet over de landbouwgrond met de mestproductierechten beschikte. Het College oordeelde dat deze motivering onvoldoende was en dat verweerder ten onrechte niet had onderzocht of appellant als het desbetreffende bedrijf kon worden aangemerkt.
Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Het College bepaalde dat het griffierecht en proceskosten aan appellant worden vergoed. Tegelijkertijd oordeelde het College dat er geen sprake was van een duidelijke relatie tussen milieuvergunning en mestproductierechten vóór 10 juli 1997, mede gezien de latere datum van de pachtovereenkomst, zodat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.