ECLI:NL:CBB:2004:AO7836
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning kansspelautomaten in horecagelegenheid vanwege ontbreken driecomponentenmaaltijd
Appellante exploiteert een horecagelegenheid en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. Verweerder wees de aanvraag af omdat de inrichting niet kwalificeert als een hoogdrempelige inrichting, zoals vereist volgens de Wet op de kansspelen, omdat er geen driecomponentenmaaltijden worden geserveerd.
De menukaart toonde voornamelijk schotels zonder warme groenten, waardoor niet voldaan werd aan de definitie van een restaurant die gericht is op het verstrekken van driecomponentenmaaltijden. Appellante stelde dat zij inmiddels wel warme groenten serveert en verwees naar vergunningen die in vergelijkbare gevallen waren verleend, maar dit werd niet relevant geacht omdat de beoordeling plaatsvindt op basis van de situatie ten tijde van het bestreden besluit.
Het College oordeelde dat appellante terecht als laagdrempelige inrichting was aangemerkt en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan concrete onderbouwing en omdat de wet geen ruimte biedt voor vergunningverlening in strijd met de wettelijke bepalingen.
Het College besloot het beroep ongegrond te verklaren en sprak geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.