ECLI:NL:CBB:2003:AO1920
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verzoek vergroting varkensrecht op grond van Besluit hardheidsgevallen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 juli 2003 waarbij het bezwaar tegen het besluit van 1 november 2001 werd ongegrond verklaard. Dit eerdere besluit wees het verzoek van appellant af om het varkensrecht te vergroten op grond van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv).
Het College stelt vast dat appellant geen aanspraak kan maken op vergroting van het varkensrecht volgens het Bhv, dat een limitatieve opsomming bevat van situaties waarin vergroting mogelijk is. De wetgever heeft niet voorzien in individuele afwijkingen van de rekenregels in de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv).
Appellant voerde aan dat de Whv diefstal van eigendom inhoudt en dat het besluit in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin een vergelijkbare regeling voor pluimveerechten werd getoetst en oordeelt dat ook hier geen strijd met het EVRM bestaat.
De stelling van appellant dat sprake is van rechtsongelijkheid vanwege het ontbreken van aanpassing van rekenregels in de varkenshouderij wordt niet gevolgd. Het College benadrukt dat het niet bevoegd is om de billijkheid van algemeen verbindende voorschriften te toetsen en dat tegen de Whv en het Bhv geen beroep mogelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot vergroting van het varkensrecht wordt ongegrond verklaard.