ECLI:NL:CBB:2003:AN8433
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering uitvoerrestituties wegens gemengde grondstofgebruik bij glucosestroopproductie
Appellante, Cargill B.V., stelde in de periode 1992-1994 maïs en tarwe onder douanecontrole voor de productie van glucosestroop met vooruitbetaling van uitvoerrestituties. Verweerder vorderde terugbetaling omdat bleek dat tarwe en maïs door elkaar werden gebruikt, terwijl deze geen equivalente producten zijn volgens de relevante EU-verordeningen.
De Algemene Inspectiedienst constateerde dat appellante geen partijadministratie voerde die een verband tussen grondstof en exportproduct per zending kon aantonen. Verweerder gebruikte een methode op basis van gewogen jaargemiddelden om de terugvordering te berekenen, vermeerderd met een sanctie van 20%. Appellante voerde aan dat deze methode onjuist was en dat zij gerechtvaardigd vertrouwen had op de controles van de AID.
Het College oordeelde dat appellante haar administratieve verplichtingen niet is nagekomen en dat verweerder terecht tot intrekking en terugvordering is overgegaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en op het arrest Steff Houlberg faalde omdat geen deskundig oordeel van nationale autoriteiten was gegeven. Wel werd vastgesteld dat het teruggevorderde bedrag voor 1992 onjuist was berekend door een tariefverwisseling.
Het College vernietigde het bestreden besluit, stelde het juiste bedrag voor 1992 vast op f. 159.337,20, handhaafde het overige besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het terug te vorderen bedrag voor 1992 wordt gecorrigeerd en het bestreden besluit wordt vernietigd.