ECLI:NL:CBB:2003:AN8247
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.L.W. Aerts
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt schriftelijke waarschuwing voor registeraccountant wegens schending hoor en wederhoor
In deze tuchtzaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 2 oktober 2003 uitspraak gedaan over een klacht tegen een registeraccountant (appellant) die in opdracht van de tegenpartij van klager een rapport had uitgebracht met een oordeel over een ondernemingsplan. Klager had bezwaar gemaakt tegen de inhoud en de wijze van rapportage, met name dat appellant zonder overleg een oordeel gaf over het werk van een collega-accountant.
Het College oordeelde dat appellant in strijd had gehandeld met artikel 33 van Pro de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994 (GBR-1994), dat vereist dat een accountant een collega in de gelegenheid stelt inlichtingen te geven alvorens een oordeel te geven over diens werk. Hoewel appellant betoogde dat dit artikel overbodig was en dat zijn rapportage een deskundigenadvies betrof, vond het College dat het verbod een zelfstandige betekenis heeft en van wezenlijk belang is voor het handelen van een openbaar accountant.
Het College vernietigde de eerdere tuchtbeslissing van de raad van tucht en legde appellant een schriftelijke waarschuwing op. Tevens werd vastgesteld dat appellant de klacht over het rapporteren in opdracht van de tegenpartij niet had kunnen honoreren, omdat dit onderdeel niet voldoende in de klacht was opgenomen en appellant niet de gelegenheid had gekregen zich hierop voor te bereiden.
De zaak illustreert het belang van hoor en wederhoor binnen het accountantsberoep en bevestigt dat het niet naleven van deze gedragsregel tuchtrechtelijk verwijtbaar is, ook wanneer het oordeel onderdeel is van een deskundigenrapportage in een civiele procedure.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en aan appellant wordt een schriftelijke waarschuwing opgelegd wegens schending van artikel 33 GBR-1994.