ECLI:NL:CBB:2003:AI1148
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen afwijzing subsidie braakpercelen akkerbouw wegens niet voldoen aan breedte-eis langs waterloop
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar bezwaar tegen een eerdere subsidiebeslissing werd afgewezen. Het geschil betrof de subsidiabiliteit van braakpercelen die minder dan 20 meter breed zijn maar grenzen aan waterlopen. Volgens de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen en de relevante Europese verordening mogen percelen van minimaal 10 meter breed slechts als braakperceel worden aangemerkt indien zij met de langste zijde langs nimmer opdrogende waterlopen of meren liggen.
De Inspectie had geconstateerd dat vier braakpercelen van appellante niet aan deze eis voldeden omdat zij met de smalste zijde aan de waterloop grenzen. Appellante voerde aan dat de Regeling en de voorlichtingsbrochure niet duidelijk voorschrijven dat de langste zijde langs de waterloop moet liggen en dat haar aanvraagformulier werd ondertekend met de veronderstelling dat ook de smalle zijde volstond.
Het College oordeelde dat de Regeling en de Europese verordening zodanig moeten worden uitgelegd dat alleen percelen met de langste zijde langs de waterloop subsidiabel zijn. De term "grenzen aan" in de Regeling moet in overeenstemming met de Europese regelgeving worden geïnterpreteerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de subsidiebeschikking gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de braakpercelen niet met de langste zijde langs nimmer opdrogende waterlopen liggen en daarom niet subsidiabel zijn.