ECLI:NL:CBB:2003:AI1089
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt weigering taxivergunning aan vennootschap onder firma wegens ontbreken gezamenlijke exploitatie
Appellante, een vennootschap onder firma (VOF), verzocht om een vergunning voor taxivervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000. Verweerder weigerde deze vergunning omdat uit het vennootschapscontract bleek dat de vennoten elk afzonderlijk voor eigen rekening en risico taxivervoer verrichten, waardoor niet de VOF als vervoerder kon worden aangemerkt.
Appellante stelde dat de vergunning niet opnieuw nodig was en dat de weigering in strijd was met rechtszekerheid en het EVRM, en voerde aan dat de VOF als een normale vennootschap functioneerde. Het College oordeelde dat appellante niet beschikte over een geldige vergunning onder de nieuwe wetgeving en dat verweerder terecht had vastgesteld dat de vennoten elk een eigen vergunning moesten aanvragen.
De beoordeling richtte zich op de vraag wie als vervoerder kan worden aangemerkt, waarbij het criterium is wie het vervoer voor eigen rekening en risico verricht. Het vennootschapscontract toonde aan dat winst en verlies werden verdeeld naar rato van individuele omzet en dat variabele lasten individueel werden gedragen, wat wijst op individuele exploitatie.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College volgde de uitleg van de wetgeving zonder belangenafweging. Het beroep leidde niet tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de taxivergunning aan de vennootschap onder firma is ongegrond verklaard.