ECLI:NL:CBB:2003:AF7772
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-toepassing artikel 19a Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarin zij niet in aanmerking komen voor toepassing van artikel 19a van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv). Dit artikel betreft de omschakeling naar grondgebonden productie van varkens binnen dezelfde inrichting.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellanten voldoen aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 19a Bhv, waaronder het houden van varkens in 1997 voor minstens 5% van de mestproductierechten en het beschikken over een geldige gebruikstitel vóór 10 juli 1997. Appellanten stelden dat zij via pachtovereenkomsten en feitelijke bedrijfsuitoefening aan deze voorwaarden voldeden.
Het College oordeelt dat appellanten niet hebben aangetoond dat zij in 1997 varkens hielden en dat de pachtovereenkomsten niet tijdig schriftelijk en goedgekeurd waren gesloten. Ook is niet voldaan aan de eis van gelijktijdig gebruik van de inrichting door meerdere bedrijven in de relevante periode. Hoewel het College de motivering van de bestreden besluiten onvoldoende acht, concludeert het dat appellanten op andere gronden niet in aanmerking komen voor toepassing van artikel 19a Bhv.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestreden besluiten worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.