ECLI:NL:CBB:2003:AF7111
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering EG-verklaring vakbekwaamheid taxivervoer op grond van onvoldoende ervaring
Appellant heeft bij de Minister van Verkeer en Waterstaat een verklaring van vakbekwaamheid op grond van vijf jaar praktijkervaring aangevraagd, bedoeld als EG-verklaring volgens artikel 125 van Pro het Besluit personenvervoer 2000. De Minister weigerde deze verklaring omdat appellant pas vanaf 24 december 1996 belast was met het dagelijks beheer van een taxionderneming met een geldige vergunning, waardoor hij niet aan de vijfjaarseis op 1 juli 2001 voldeed.
Appellant voerde aan dat hij reeds vanaf mei 1996 voorbereidingen trof en werkzaamheden verrichtte die meetellen voor de ervaringseis, waaronder werkzaamheden als pacht- en reservechauffeur en voorbereidingen voor de aanschaf van een taxivergunning. Het College oordeelde echter dat alleen het dagelijks beheer van een onderneming met een geldige vergunning meetelt voor de vijfjaarseis en dat voorbereidende activiteiten zonder vergunning niet in aanmerking komen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College oordeelde dat de Minister niet onredelijk had gehandeld en dat de administratieve vertragingen buiten appellants schuld niet tot een andere uitkomst konden leiden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldoet aan de vijfjaarseis voor het dagelijks beheer van een taxionderneming met vergunning.