ECLI:NL:CBB:2003:AF7109
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing taxivergunning wegens onvoldoende permanent en daadwerkelijk leidinggeven door vakbekwame procuratiehouder
Appellant heeft een vergunning aangevraagd voor taxivervoer waarbij de vakbekwaamheid zou worden ingebracht door procuratiehouder D. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat D permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming. D verrichtte slechts beperkte werkzaamheden en had ook een eigen taxivergunning, wat de betrokkenheid bij appellant's onderneming betwistbaar maakte.
Appellant voerde aan dat D minimaal 8 uur per week werkzaam zou zijn en dat hij vanwege familiaire omstandigheden voldoende tijd had voor de procuratie. Ook stelde appellant dat hij recht had op de vergunning op grond van eerdere toezeggingen en dat de hoorcommissie zijn klacht gegrond had verklaard.
Het College oordeelde dat de taakverdeling tussen appellant en D onduidelijk was en dat de verklaringen tegenstrijdig waren. D had geen ondubbelzinnige bevoegdheden en verrichtte geen leidinggevende taken die niet ook door appellant konden worden uitgevoerd. De verlening van een vergunning aan D maakte het bovendien minder aannemelijk dat D voldoende tijd had voor permanente leiding.
Het College concludeerde dat niet was voldaan aan de eis van permanent en daadwerkelijk leidinggeven door de vakbekwame persoon zoals vereist in artikel 26 van Pro het Besluit personenvervoer 2000. De eerdere toezeggingen van een ambtenaar waren slechts een inschatting en geen toezegging. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de taxivergunning wordt geweigerd wegens onvoldoende permanent en daadwerkelijk leidinggeven door de vakbekwame procuratiehouder.