ECLI:NL:CBB:2002:AE8727
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunningverlening voor biotechnologische handelingen bij genetisch gemodificeerde muizen
De Vereniging AVS Proefdiervrij stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om de Universiteit Leiden een vergunning te verlenen voor biotechnologische handelingen gericht op het vervaardigen van genetisch gemodificeerde muizen. De vergunning werd verleend op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd).
Appellante voerde aan dat de vergunning onvoldoende concreet was omschreven, dat het toetsingskader onduidelijk was, dat de vergunning ten onrechte niet mede aan het Academisch Ziekenhuis Leiden was verleend, en dat de voorschriften onvoldoende rechtszekerheid boden. Verweerder stelde dat de vergunning nauwkeurig was omschreven, het toetsingskader adequaat was en dat de vergunning terecht alleen aan de Universiteit Leiden was verleend.
Het College oordeelde dat de omschrijving van de vergunning en de genconstructen voldoende concreet was, dat het toetsingskader duidelijk was en dat verweerder in redelijkheid had kunnen oordelen dat het wetenschappelijke belang zwaarder woog dan de belangen van de proefdieren. Ook was het terecht dat de vergunning alleen aan de Universiteit Leiden was verleend, aangezien het LUMC geen zelfstandige rechtspersoon is. De rechtszekerheid van de voorschriften werd eveneens als voldoende beoordeeld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening aan de Universiteit Leiden voor biotechnologische handelingen bij muizen wordt ongegrond verklaard.