ECLI:NL:CBB:2002:AE8299
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- R.J.G.M. Widdershoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering vrijstelling bedrijfspensioenfonds Maiburg Hout B.V.
Maiburg Hout B.V. verzocht om vrijstelling van deelname in het bedrijfspensioenfonds voor de houthandel op grond van de Vrijstellingsregeling Wet Bpf. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat Maiburg Hout pas in 1978 was opgericht en geen zelfstandige pensioenvoorziening had getroffen zes maanden voor de verplichtstelling in 1994.
In hoger beroep betoogde Maiburg Hout dat zij deel uitmaakt van de Maiburg-groep die sinds 1944 een pensioenvoorziening kent en dat werknemers overgingen naar Maiburg Hout met behoud van pensioenrechten. Tevens stelde zij dat het pensioenfonds onredelijk handelde door vrijstelling te weigeren, mede vanwege uniforme arbeidsvoorwaarden binnen de groep en mogelijke arbeidsonrust.
Het pensioenfonds voerde aan dat de discretionaire bevoegdheid tot vrijstelling niet willekeurig mag worden toegepast en dat solidariteit binnen de bedrijfstak zwaarder weegt dan individuele belangen van Maiburg Hout. Ook werd gesteld dat het pensioenfonds geen onderbouwde aanwijzingen had van arbeidsonrust.
Het College oordeelde dat Maiburg Hout niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 2 van Pro de Regeling omdat zij geen eigen pensioenvoorziening had getroffen vóór de verplichtstelling. Daarnaast was de weigering op grond van artikel 6 van Pro de Regeling een discretionaire bevoegdheid die terughoudend wordt getoetst. Het College vond dat het pensioenfonds een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat de belangen van Maiburg Hout niet onevenredig waren geschaad.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Maiburg Hout wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling bevestigd.