ECLI:NL:CBB:2002:AE6391
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Besluit over procedurele verlenging en milieueisen voor manebhoudende bestrijdingsmiddelen
Het geschil betreft besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) over de verlenging van toelatingen voor manebhoudende bestrijdingsmiddelen en de noodzaak van aanvullende visstudies volgens Europese en nationale milieueisen.
Verzoeksters, waaronder diverse producenten van bestrijdingsmiddelen, betwisten dat zij nalatig zijn in het niet tijdig leveren van een higher tier visstudie en stellen dat op basis van bestaande gegevens en overleg met het CTB aanvullende visstudies niet nodig zijn. Verweerder stelt dat de visstudie noodzakelijk is en dat de procedurele verlenging ten onrechte is verleend voor toepassingen die niet aan de norm voor waterorganismen voldoen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aanvullende visstudies noodzakelijk zijn en dat het ontbreken daarvan aan de toelatinghouders te wijten is. Tevens wordt geoordeeld dat het CTB ten onrechte niet heeft ingegaan op voorstellen van verzoeksters voor driftreducerende maatregelen en bufferzones om risico's voor waterorganismen te beperken. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen die het CTB verplicht binnen zes weken een gemotiveerd besluit te nemen over aanvullende gebruiksvoorwaarden.
Het College bevestigt dat procedurele verlenging slechts kan worden verleend voor toepassingen die voldoen aan milieunormen en dat voor andere toepassingen nieuwe aanvragen moeten worden ingediend. Tevens wordt een proceskostenveroordeling uitgesproken ten gunste van verzoeksters.
Uitkomst: Het College beveelt heroverweging van de toelating met aanvullende gebruiksvoorwaarden en wijst verzoek om voorlopige voorziening deels toe.