ECLI:NL:RVS:2026:976
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opheffing bewaring in vreemdelingenzaak
Op 7 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Verzoeker ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep opgevat als een verzoek om voorlopige voorziening. Gelet op artikel 5 EVRM Pro weegt het belang van verzoeker bij opheffing van de bewaring zwaarder dan het belang van de minister bij voortzetting.
Daarom is de maatregel van bewaring met ingang van 20 februari 2026 opgeheven. De minister is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtmatigheid van de bewaring en eventuele schadevergoeding worden in de bodemprocedure behandeld.
Uitkomst: De bewaring van verzoeker wordt opgeheven en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.